Klim­woorden­boek

Mensen die klimmen en boulderen hebben soms een soort geheimtaal. Ze praten wel eens over dingen als een Heel hook of slinge, voetfouten, het gebruik van een knee bar, enzovoorts.

Dit woordenboek helpt je met de betekenissen achter deze en vele andere woorden, zodat je de klimmers en boulderaars weer een beetje kunt verstaan 🙂

Startend met de letter a

(Abseil)acht
Een zekerapparaat in de vorm van een acht.
Aapfactor
Het verschil in je lengte ten opzichte van de spanwijdte van je armen. Een positieve aapfactor wordt als goed gezien voor klimmen, je kunt nét iets beter bij een greep die voor anderen mogelijk buiten bereik is.
Abseilen / Rappel
Het via een touw zelfstandig afdalen van een verticale wand.
Achtknoop
Een knoop in de vorm van een acht. Wordt veel gebruikt bij direct inbinden, in de vorm van een teruggestoken achtknoop.
Afklimmen
Het naar beneden klimmen van een route. Wordt gedaan als training, en wordt aangeraden bij boulders (in plaats van naar beneden springen, wat blessuregevoelig is).
Afvlaggen / Flagging
Het uitsteken van een van je benen om je evenwicht te bewaren.
ATC / Tuber
‘Air Traffic Controller’, een eenvoudig en veelgebruikt zekerapparaat van Black Diamond.
Auto belay
Een automatisch zekerapparaat dat je in staat stelt in je eentje te klimmen. Dit apparaat neemt automatisch touw in en blokkeert bij een plotselinge belasting. Vervolgens laat het apparaat je langzaam naar beneden zakken.

Startend met de letter b

“Blok!”
Een term die klimmers gebruiken om aan de zekeraar aan te geven het touw strak te trekken.
Bak / Jug
Een heel goede greep waar je je vingers meestal in kunt doen. Tegenovergestelde van een sloper, waar je je vingers alleen op kunt leggen.
Barn door
(onvrijwillig) draaien doordat je je contactpunten met de muur op 1 lijn hebt. Heet barn door omdat je handen en voeten bij deze beweging hetzelfde doen als de scharnieren van een deur: je lichaam (de deur) in een boog draaien.
Bathang
Op de kop hangen aan je tenen, als een vleermuis.
Belay Master
Een veelgebruikte HMS carabiner van het merk DMM, een bedrijf uit Wales.
Beta
Informatie over hoe een route te klimmen.
Bicycle
Een techniek om je voeten op de muur te houden bij het klimmen in een overhang. Een voet doet een toe-hook en je andere voet zet af, waardoor je ‘knijpt’ met je voeten.
Bleau / Fontainebleau
Een zeer populaire locatie om buiten te boulderen in Frankrijk, ten zuidoosten van Parijs.
Bomber
Heel goed. “Die greep is bomber!” vertaalt zich naar “Die greep is heel goed!”.
Boulderen
Klimmen zonder touw, dus zonder dat je gezekerd bent. Maximale hoogte is ongeveer 4,5 meter.
Builderen
Boulderen maar dan op gebouwen. Het woord komt uit het Engels: building + boulderen = builderen.

Startend met de letter c

Cam / Friend / SLCD
Een apparaatje dat is bedoeld om tussen een scheur in een rots te plaatsen. Bestaat uit een afgerond deel dat tussen de rots klemt en een uiteinde. Heet 'Cam' omdat dit in het Engels de naam is van een oneven afgerond metalen onderdeel. Is ook bekend onder de naam 'Friend' omdat Cams ook verkocht werden onder deze merknaam. Wordt soms ook 'SLCD' genoemd, wat staat voor 'Spring-Loaded Camming Device'.
Campusbord
Latjes (verschillende diktes en op verschillende afstanden) vastgemaakt aan een wand, boven elkaar geplaatst. Klimmers klimmen hierop aan alleen hun vingers omhoog om vingerkracht te trainen.
Campussen
Het klimmen van (een deel van) een route zonder gebruik van je voeten.
Canyoning
Bergsport waarbij je een rivier volgt door een kloof. Abseilen van een waterval is hier onderdeel van.
Carabiner / karabijnhaak
Een metalen lus met een zelfsluitend deurtje, gebruikt voor een hoop toepassingen binnen de klimsport. Meestal ovaal van vorm en veel gebruikt in de klimwereld om verbindingen mee te maken.

Startend met de letter d

Dab
Gebruik van een verkeerde greep, of een ander deel dat niet bij de route hoort.
Deadpoint
Een dynamische beweging waarbij je omhoog beweegt en je precies op het punt dat je bijna geen snelheid omhoog hebt (en dus bijna naar beneden valt, het ‘dode punt’) een greep pakt. Lijkt op een dyno.
Deep water solo
Klimmen zonder touw of zekeraar, met water onderaan de route om in te vallen. Vaak gedaan bij kliffen aan zee of bij zwembaden.
Disco knee
Als tijdens het klimmen je benen beginnen te trillen.
Dog bone / express slinge
Stukje textiel tussen twee carabiners, het midden van een setje / quick draw.
Drop knee / Egyptian
Een techniek die je lichaam dichter bij de muur kan brengen door je voet en been te draaien. Helpt voor in de weg zittende knieën en kan je wat meer bereik met je armen geven. Lijkt door de positie van de knie op Egyptische muurschilderingen.
Dry fire
Het gevoel dat je aan een hand hebt als deze gepoft van een greep af glijdt.
Dry-tooling
Een vorm van klimmen waarbij onder andere ijsbijlen worden gebruikt om op rotsen te klimmen die niet onder ijs of sneeuw zitten.
Dynamisch (klimmen)
Je momentum gebruiken tijdens het klimmen, en soms ook niet zeker zijn of je de greep waar je naartoe vliegt wel gaat halen. Tegenovergestelde van statisch klimmen.
Dyno
Een dynamische beweging zoals het springen van een greep naar een andere. Vaak is een beweging rustig en hand voor hand, bij dyno’s laat je vaak beide handen (en voeten) tegelijk los.

Startend met de letter e

El Capitan
Indrukwekkende granieten wand van 900 meter hoog in Yosemite, Californië. Een historische plek voor klimmers, en onder andere te zien in de docu Valley Uprising.
Element / Volume
Een ‘uitbreiding’ van de muur, waarop grepen geschroefd kunnen worden.
Excalibur
Een klimtoren in Groningen met een hoogte van 37 meter. Door de vorm genoemd naar het mythische zwaard van koning Arthur.

Startend met de letter f

Figure four
Een techniek waarbij de klimmer al hangende een been over de arm aan de andere kant haakt. Door het naar beneden duwen van dit been komt het bovenlichaam omhoog en heb je net een beetje extra bereik.
Flapper
Een stukje huid aan de onderkant van je hand dat half is losgelaten, en er uit ziet als een soort flapje.
Flash
Het in een keer succesvol klimmen van een voor jou nieuwe route met wat voorinformatie (beta).
Free solo / Soleren
Klimmen zonder op enige manier gezekerd te zijn. Een val tijdens een free solo beklimming heeft daarom waarschijnlijk ernstige gevolgen.
Freyr
Een populaire locatie om buiten te (voor)klimmen in België.

Startend met de letter g

GriGri
Halfautomatisch zekerapparaat van het merk Petzl. Blokkeert het touw na plotselinge belasting. De naam komt van een gelijknamig Afrikaans Voodoo-talisman dat de drager gelukt brengt en beschermt tegen kwaad.

Startend met de letter h

Haak
Een vast punt in de muur, waar je jezelf bij het voorklimmen met een quickdraw aan kunt vastmaken.
Handwissel
Het wisselen van de hand waarmee je vasthoudt met je andere hand. Vaak heel voorzichtig (vinger voor vinger) gedaan, om zo je gewicht te verplaatsen zonder los te laten.
Hangbord / Beastmaker
Een bord met verschillende kleine gaten waaraan je kunt hangen om je vingerkracht te trainen. ‘Beastmaker’ is een veel gezien merk voor hangborden.
Heelhook
Een van je hakken gebruiken om op een greep of rand te blijven hangen.
Highball boulder(ing)
Boulderen op grotere hoogtes dan een ‘normale’ boulder; 10 meter hoog is geen uitzondering. Erg gevaarlijk, en is praktisch hetzelfde als free solo klimmen.
HMS enabled Carabiner
Dit is een carabiner die breed genoeg is om een halve mastworp in te kunnen leggen.

Startend met de letter i

IJsklimmen
Klimmen op ijs, zoals op een bevroren waterval. Bij deze tak van sport worden onder andere ijsbijlen gebruikt om omhoog te komen.
Inbinden
Het vastmaken van het touw aan je klimgordel.
Indraaien
Je schouder en heup richting de muur draaien, voor betere balans of nét dat beetje extra bereik.

Startend met de letter j

Startend met de letter k

(in)klippen
Het touw in een carabiner plaatsen zodat het touw er doorheen loopt.
K2- / K3 certificaat
Een certificaat waaruit blijkt dat je geleerd hebt te klimmen, en dat zonder toezicht kunt doen in een klimhal. Uitgegeven door de Branchevereniging Klimsport, niet alle klimhallen voeren deze benaming. K2 is voor top rope klimmen, K3 is voor voorklimmen.
Kikkerstart
Je begint een boulder hangend aan je handen en met je voeten tegen de muur.
Klimbril / Belay Glasses
Een bril waarmee je omhoog kijkt in plaats van rechtdoor. Bedoeld om tijdens het zekeren je klimmer te zien zonder omhoog te hoeven kijken.
Klimgordel
Een klimgordel is misschien je belangrijkste uitrusting: het zorgt ervoor dat je kunt zekeren en gezekerd kunt worden.
Klimjaarkaart
Een jaarabonnement, nodig voor klimmen in klimgebieden in België.
Klimmen
Een veelzijdige, uitdagende, en sociale sport, gericht op het verslaan van de zwaartekracht. Handig voor als de vloer een keer écht lava is!
Klimschoen
Een schoen die anders is dan andere schoenen: er zit ook rubber op de tenen en de hiel. Zitten vaak ook erg strak. Niet te verwarren met een bergschoen, daar wil je namelijk echt niet mee klimmen 😀
Klimtouw
Een touw gebruikt bij klimmen, bestaande uit honderden nylon om elkaar gedraaide draden en soms een speciale waterafstotende laag.
kN / kiloNewton
Veel gezien op klimbenodigdheden, met name op carabiners. Is geen statisch gewicht maar een dynamische belasting. 1 kN staat ongeveer gelijk aan 102 kilogram.
Kneebar
Je knie gebruiken om te blijven hangen achter een rand, bijvoorbeeld door je onderbeen klem te zetten in een gat.

Startend met de letter l

Laché
Een beweging geleend uit parkour/free running. De klimmer gebruikt momentum om van de ene greep naar een andere te zwaaien.
Lifeline / Slinge
Een lus gemaakt van textiel die je kunt gebruiken om jezelf te zekeren, bijvoorbeeld bij het ombouwen van een route.

Startend met de letter m

Maillon (rapide)
Een speciaal soort haak, veel gezien aan de top van een route.
Moonboard
Een sterk overhangende trainingswand vol met grepen. De naam komt van de bedenker: Ben Moon, die de Moonboard in 2004 bedacht.
Matchen
Je beide handen op dezelfde greep hebben.
Materiaalhaak
De lussen aan de zijkant van je klimgordel, bedoeld om bijvoorbeeld je zekerapparaat of setjes aan vast te maken.
Middenmarkering
Een streepje op het midden van een klimtouw. Helpt bij het inschatten van de overige lengte bij het zekeren. Als de markering nog niet voorbij is geweest als je iemand weer naar beneden laat weet je dat het touw lang genoeg is.
Multipitch
Een route die bestaat uit meerdere pitches/touwlengtes.

Startend met de letter n

NKBV
Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging, zie ook de website van het NKBV: https://www.nkbv.nl/
Nut
Een metalen wig of blokje aan een ijzerdraad. De wig is bedoeld om tussen een scheur in een rots te plaatsen, de kant van het draad heeft een lus waarin een quick draw vastgemaakt kan worden.

Startend met de letter o

Ombouwen
Een techniek om een standplaats om te bouwen naar gebruik voor een ander doel, bijvoorbeeld het ombouwen van een voorklimroute een toprope.
On-sight
Top bereikt in eerste poging, zonder beta.
Op wrijving
Je handen of voeten gebruiken op een stuk lege muur, dus zonder een greep te gebruiken.
Overhang
Een wand die sterk naar je toe helt of zelfs horizontaal over je hoofd heen gaat.

Startend met de letter p

Paddling
Een dynamische beweging die gebruikt wordt wanneer tussenliggende grepen niet goed genoeg zijn en je daarom snel meot bewegen. Je raakt de tussenliggende grepen kort aan, en gebruikt daarbij alleen om en om je handen. Het heet zo omdat het lijkt op voortbewegen in water: peddelen.
Partnercheck
Dit is wat je doet voordat je gaat klimmen. Je controleert elkaars uitrusting, en gaat dan pas klimmen.
Petzlhaak
Verankeringsplaatje die onder andere gebruikt wordt bij indoor voorklimmen. Wordt niet alleen gemaakt door Petzl maar wordt desondanks toch zo genoemd.
Pitch
Een afstand van ongeveer 45 meter tussen twee zekerpunten in een route. Als je een klimroute vergelijkt met de Tour de France dan zou een pitch een etappe zijn.
Piton
Een langwerpig metalen hulpstuk met puntig uiteinde, bedoeld om in een spleet in de wand te slaan. De niet-puntige kant heeft een gat, waarin de klimmer zich kan zekeren.
Pocket
Een greep waar je slechts een paar vingers in kunt doen.
Pof / Magnesium
Dit is het kenmerkende witte poeder dat klimmers maar ook bijvoorbeeld turners en gewichtheffers gebruiken om hun grip te verbeteren.
Pofzak
Een zak of zakje waarin je je pof bewaart. Grofweg twee varianten: een die je meeneemt aan je klimgordel, en een grotere versie bedoeld voor boulderaars.
Portaledge
Een soort tent die je aan een verticale muur kunt hangen. Veel gebruikt in lange routes waar mensen meerdere dagen onderweg zijn.
Project
Als je meerdere pogingen (meerdere dagen of langer) nodig hebt voor het toppen van een klimroute of boulder.
Prusikknoop
Een knoop die onder andere gebruikt wordt bij abseilen. Deze knoop heeft als voordeel dat het strakker trekt bij spanning maar makkelijk te verplaatsen is zonder spanning.
Pump
Spierverzuring/tijdelijke overbelasting die ontstaat in de onderarmen bij klimmen of boulderen. Als je ‘pumped’ bent is vastpakken van bijvoorbeeld grepen erg lastig. Tijdelijk van aard, en gaat over met wat rust.

Startend met de letter q

Quick draw / Setje
Twee carabiners met een stukje textiel ertussen. Veel gebruikt bij het voorklimmen.

Startend met de letter r

Redpoint
Als je een route pas haalt na een tweede of latere poging.
Rope burn
Een schaafplek op de huid, veroorzaakt door snel bewegend touw dat tegen de huid aankomt.
Runout
De afstand tussen het laatst gebruikte zekerpunt en de klimmer.

Startend met de letter s

Sidepull
Een greep die je van de zijkant kunt gebruiken, en die je dus van de zijkant moet belasten.
Slab / Plaat
Een vooroverhellend stuk wand, bij lagere niveau’s soms te klimmen zonder gebruik van je handen.
Slack / Speling
Speling in het touw. Teveel slack tijdens het klimmen is niet goed, het vergroot de afstand die je mogelijk valt.
Sloper
Een aflopende greep waar je niet je vingers achter kunt haken. Je klimt deze op de wrijving van je huid. Tegenovergestelde van een sloper.
Smearing
Wanneer je (bij gebrek aan een randje) vertrouwt op frictie van het rubber van je schoen om te blijven staan.
Snagging
Touw dat blijft zitten in hapje van carabiner, vlak bij de opening.
Solo (klimmen)
Klimmen zonder zekeraar. Je zekert jezelf bijvoorbeeld door middel van een automatisch zekerapparaat.
Speed climbing
De meest snelle (en mogelijk de meest bizarre) manier van klimmen: het doel is om zo snel mogelijk boven te zijn. Leuk om te zien in competities.
Sportklimmen
Een vorm van vrij klimmen. Het klimmen van vooraf gedefinieerde routes, met als doel de top te halen zonder tussentijds te vallen. Materialen zijn er voor de veiligheid, niet om bovenaan te komen: je klimt op eigen kracht.
Spotten
Ervoor zorgen dat iemand niet op een rare manier op de grond landt bij een val.
Spotter
Iemand die ervoor zorgt dat je niet op een rare manier op de grond landt bij een val.
Statisch (klimmen)
Beheerst klimmen zonder snelle, krachtige bewegingen. Het tegenovergestelde van statisch klimmen is dynamisch klimmen.
Steenmannetje / Cairn
Een stapel stenen in een formatie (netjes boven op elkaar) die niet natuurlijk ontstaat, en daarom heel herkenbaar is. Bedoeld als markering op plekken waar de juiste weg vinden soms lastig is.

Startend met de letter t

Tick mark
Een met pof gemaakte markering op de wand. Dit kan zijn om loszittende grepen te markeren, of om een slecht zichtbare greep aan te duiden. Er is geen standaard in wat tick marks betekenen, dus wees voorzichtig! Als het aan mij ligt: maak buiten geen tick marks tenzij het om veiligheid gaat. Laten we de natuur mooi houden!
Toehook
Je tenen gebruiken om aan een greep of rand te blijven hangen. De Bathang is hiervan het ultieme voorbeeld.
Topo
Gebundelde informatie (routebeschrijving, namen, moeilijkheidsgraden) over de routes in een klimgebied, vaak in de vorm van boekjes die je kunt kopen.
Toppen / Send
Het bereiken van het einde/de top van een klimroute of boulder zonder te vallen. Het Engelse ‘to send’ wordt ook gebruikt.
Toprope / Naklimmen
Een manier van klimmen waarbij het touw al via de top van de route vast zit aan je klimgordel. De standaard manier van klimmen in de meeste klimhallen.
Trad climbing
Trad-itioneel klimmen. Je gebruikt niet bestaande haken in de muur maar je zoekt kieren waarin je zelf je zekeringen maakt.
Traverse
Een zijdelingse, horizontale route (of een deel van een route die zo geklommen wordt). ‘Traverseren’ is de bijbehorende activiteit en wordt gezien als een goede warm-up voor klimmers.

Startend met de letter u

Undercling
Een greep die je van onderen kunt gebruiken (met je handpalm naar boven gericht).

Startend met de letter v

Valley Uprising
Iconische documentaire over het ontstaan van klimmen als sport en lifestyle. Onder andere te zien op Netflix.
Via Ferrara / Klettersteig
Een (wandel)route waarbij je je met carabiners inklipt aan een stalen kabel, die vast zit aan de rots.
Voetfout
Het tijdens het klimmen verkeerd plaatsen van een voet, waardoor je onder andere het risico loopt ondersteboven te vallen bij het voorklimmen.
Voetwissel
Het wisselen van de voet waar je op staat naar je andere voet. Vaak gedaan met een heel klein sprongetje waarin je snel de voet waarop je staat wisselt met je andere voet.
Voorklimmen / Lead climbing
Een manier van klimmen waarbij je setjes mee naar boven neemt en je zelf het touw mee naar boven neemt en vast maakt. De standaard manier van klimmen als je buiten klimt.
Vrij klimmen / Free climbing
Klimmen zonder hulpmiddelen om omhoog te komen. Materialen als touw of quick draws zijn er voor de veiligheid.

Startend met de letter w

Whaling
Op een rand je buik gebruiken voor grip, met je benen nog bungelend over de rand. Deze beweging lijkt een beetje op een aangespoelde walvis op een strand, vandaar de naam.
Whipper
Het maken van een grote (en harde) val met voorklimmen.
Wire gate
Het poortje van een carabiner, maar dan gemaakt van een gebogen draad in plaats van een poortje gemaakt van een solide stuk aluminium.

Startend met de letter x

Startend met de letter y

Yosemite (National Park)
Een plek in Californië met veel klimgeschiedenis. Te zien in de docu Valley Uprising.
Yosemite finish
Een bepaalde manier van je touw terugsteken door je teruggestoken achtknoop. Wordt niet aangeraden omdat dit de knoop wat meer ruimte geeft, iets dat je niet wilt met een knoop waar je aan hangt 🙂

Startend met de letter z

Zekerapparaat
Een apparaat dat je met een carabiner vast maakt aan je klimgordel, met als belangrijkste doel het opvangen van een klimmer tijdens een val.
Zekeren
Het beveiligen van een klimmer. Dit kan in sommige gevallen ook jezelf zijn, bijvoorbeeld tijdens het abseilen.
Zekerlus
De grote lus aan de voorkant van je klimgordel, die je gebruikt bij het inbinden.
Zitstart
Je begint je boulder zittend op de grond of zittend op je crashpad.